Welke factoren bepalen de prijs?
De kostprijs van een 3D-print ligt niet vast. Twee ontwerpen die sterk op elkaar lijken, kunnen toch anders uitkomen qua prijs door kleine keuzes in het ontwerp of instellingen. Door te weten waar je op moet letten, kan je slimmer ontwerpen en serieus besparen op je printkosten. Hieronder de vier belangrijkste factoren.
1. Modelvolume (Materiaal)
Dit spreekt voor zich: hoe meer kunststof je gebruikt, hoe duurder het wordt. Let wel: een massief blok is prijziger dan een holle doos in dezelfde maat.
- Infillpercentage: Een massieve vulling (100%) is voor de meeste toepassingen weggegooid geld. Met een vulling van 20% (bijvoorbeeld honingraat) is het object meestal sterk genoeg én bespaar je tot 70% op materiaal en tijd.
- Wanddikte (Shells): De dikte van de buitenwanden bepaalt de stevigheid. Meestal zijn twee à drie perimeters voldoende. Elke extra wand verbruikt extra materiaal en tijd.
2. Printtijd (Machine-uren)
Tijd kost geld. Een printer die 20 uur met één stuk bezig is, kan ondertussen niets anders doen. Alles wat de printtijd verlengt, duwt de prijs omhoog.
- Laagdikte (Layer Height): Hoe fijner de resolutie, hoe langer het printen duurt. Een laagdikte van 0,1mm duurt ongeveer dubbel zo lang als 0,2mm. Ga enkel voor hoge resolutie als het echt nodig is.
- Complexiteit: Veel kleine details zorgen ervoor dat de printer vaker vertraagt of versnelt, wat extra tijd vraagt in vergelijking met eenvoudige, rechte banen.
3. Supportmateriaal
Overhangende delen kun je niet zomaar in de lucht printen; daarvoor is ondersteunend materiaal nodig. Dit support wordt mee geprint (kost tijd en materiaal) en moet achteraf verwijderd worden: extra werk en extra afval.
4. Oriëntatie op de printplaat
Hoe je het object op de plaat positioneert, maakt een groot verschil. Een buis rechtop hoeft misschien geen support, plat gelegd misschien wel (door de ronde vorm). Soms kan je door het object 45 graden te draaien veel printuren of support uitsparen.