Schuren
Hoe precies een FDM 3D-printer ook afgesteld staat, er zullen altijd zichtbare laagjes aanwezig zijn. Dit zogenaamde 'traptrede-effect' hoort nu eenmaal bij deze technologie. Wil je dat je 3D-print lijkt op een professioneel gietstuk? Dan is schuren dé basisvaardigheid. Je wil de toppen van de lagen vlak maken tot het oppervlak egaal is.
Nat vs. droog schuren
Bij het schuren van kunststoffen zoals PLA, PETG of ABS is hitte je grootste vijand. Door het schuurpapier ontstaat er wrijving en dus ook warmte. Omdat thermoplasten snel smelten, kan het plastic gaan smeuïgen, rollen of zelfs smelten – met diepe krassen en lelijke plekken als gevolg.
Daarom raden we altijd natschuren aan. Gebruik waterdicht schuurpapier en dompel het object regelmatig in water (of houd het onder de kraan). Zo voer je de warmte direct af en spoelt het water het schuurstof weg, waardoor je papier langer bruikbaar blijft.
Stapsgewijs schuren: van grof naar fijn
Geduld loont. Begin nooit met fijn schuurpapier, want dan ben je uren bezig om de printlijnen weg te krijgen. Werk stapsgewijs:
- Korrel 120 - 200 (Grof): Gebruik dit om de grofste lijnen, overblijfselen van supports en 'blobs' (opstakels) weg te schuren. Wees voorzichtig: grof papier haalt snel veel materiaal weg, zeker bij details.
- Korrel 400 - 600 (Middel): Dit is de belangrijkste stap. Hiermee maak je het oppervlak echt glad en verdwijnen de diepe krassen van de vorige stap. Na deze fase voelt het model al satijnzacht aan.
- Korrel 800 - 2000 (Fijn): Alleen nodig als je wil polijsten of een hoogglans finish zoekt. Wil je nog schilderen? Stop dan bij korrel 600 – verf hecht beter op een licht opgeruwd oppervlak.
Veilig en efficiënt schuren
Maak cirkelbewegingen om te vermijden dat er groeven in één richting ontstaan. Oefen lichte, gelijkmatige druk uit. Let op: schuurstof van plastic kan schadelijk zijn bij inademing, vooral bij ABS of filamenten met carbon. Draag dus altijd een stofmasker (FFP2) bij droog schuren en werk bij voorkeur in een goed verluchte ruimte.