Printsnelheid
Iedereen wil dat zijn 3D-print zo rap mogelijk klaar is. Waarom zou je 12 uur wachten als het ook in 6 uur kan? De instelling 'Print Speed' (uitgedrukt in millimeter per seconde of mm/s) lijkt de wonderknop om dit te regelen. Helaas ligt het in werkelijkheid wat ingewikkelder. Snelheid verhogen komt rechtstreeks ten koste van de printkwaliteit en de stevigheid van je stuk.
De juiste snelheid bepalen is een evenwichtsoefening tussen drie factoren: de mechanische limiet van de bewegende delen, de limiet van je hotend qua warmte (hoe snel smelt het plastic?) en hoeveel je ventilator kan koelen (hoe snel stolt je plastic?).
Snelheid is meer dan één cijfer
In moderne slicers (zoals Cura of PrusaSlicer) geef je niet langer één globale snelheid op. Je stelt aparte snelheden in voor elk deel van het printstuk. Dat is essentieel voor een goeie print:
- Outer Wall Speed (Buitenwand): Dit is de enige laag die zichtbaar blijft. Die wil je traag printen (bv. 30-40 mm/s). Met een lagere snelheid krijg je een gladder oppervlak, scherpe hoeken en een correcte maatvoering.
- Inner Wall & Infill Speed: De binnenkant is toch niet zichtbaar. Hier mag je doorduwen (60-100+ mm/s). Dit is waar je het meeste tijd bespaart zonder kwaliteitsverlies aan de buitenkant.
- Initial Layer Speed (Eerste laag): De eerste laag is de belangrijkste. Die moet heel traag geprint worden (15-20 mm/s). Het plastic moet de tijd krijgen om zich goed vast te hechten op het printbed. Als je hier te snel gaat, trekt je nozzle het plastiek weer los en mislukt de print onmiddellijk.
- Travel Speed: Dit is hoe snel de kop zich verplaatst zonder te printen. Zet dit zo hoog mogelijk (150-250 mm/s). Hoe rapper die over een opening vliegt, hoe minder tijd het plastic heeft om uit de nozzle te lekken (oozing/stringing).
Versnelling & Jerk: de stille beperkers
Je kan in je slicer instellen dat je 100 mm/s wil gaan, maar dat betekent niet dat je printer die snelheid haalt. Denk aan een auto: een Ferrari kan 300 km/u, maar in een straat met om de paar meter een drempel ga je dat niet halen.
Je printer moet telkens optrekken (acceleratie) en vertragen voor elke bocht of verandering. Bij kleine, ingewikkelde prints haalt je printkop vaak nooit zijn topsnelheid voor hij alweer moet afremmen. Vooral de instellingen voor Acceleratie (mm/s²) en Jerk (hoe bruusk de snelheid mag wijzigen) zijn meestal bepalender voor hoelang je print duurt dan puur de maximale snelheid. Te hoge acceleratie zorgt voor 'ghosting' (nabibberende lijnen) omdat het frame begint te trillen.
De volumetrische limiet (debiet)
Er is een harde fysieke limiet aan hoe snel je print: hoeveel je hotend kan smelten. De nozzle moet koud filament op enkele milliseconden omtoveren tot gesmolten plastic. Als je te rap print, raakt het plastic onvoldoende gesmolten door de nozzle.
Dit heet 'onderextrusie'. Je extrudermotor duwt door, maar het filament blokkeert omdat het binnenste nog te hard is. Vaak hoor je dan een tikkend geluid van de extruder (skipping).
De formule is: Snelheid x Laagdikte x Lijnbreedte = Volumetrisch Debiet (mm³/s). Een standaard hotend (zoals die op een Ender 3) haalt typisch maximaal 12-15 mm³/s. Wil je rapper printen? Dan heb je een High Flow-hotend zoals een Volcano of Ceramic Heater nodig.
Koeling & minimale laagduur
Snel printen is lastig bij fijne puntjes, zoals het topje van een toren. Zet je per laag maar 1 seconde en ga je meteen verder, dan is het vorige plastic nog zacht en warm: je print op pudding. Het eindigt in een gesmolten hoopje plastic.
Daarom hebben slicers een instelling 'Minimum Layer Time'. Duurt een laag korter dan bijvoorbeeld 10 seconden, dan schakelt de printer automatisch een versnelling lager om het plastic tijd te geven om af te koelen en hard te worden.
Conclusie: Te snel is nooit goed
Sneller is niet altijd beter. Voor mooie modellen ligt de ideale snelheid bij veel thuisprinters rond 50 mm/s. Voor functionele onderdelen kan je de infillsnelheid optrekken, maar laat de buitenkant rustig. Nog sneller nodig? Investeer dan in een printer met CoreXY-systeem (lichtere bewegende delen) en een High Flow-hotend, niet enkel door in je slicer de cijfers naar omhoog te draaien.