Digital Light Processing
Digital Light Processing, kortweg DLP, is het broertje van Stereolithografie (SLA). Ze gebruiken allebei vloeibare hars (resin) die uithardt door UV-licht. Waar SLA een fijntekende laser gebruikt, werkt DLP als een soort stempelmachine. Het grote verschil zit hem in de lichtbron: een DLP gebruikt een digitale projector om een volledige laag in één keer te belichten.
Deze technologie, ooit uitgevonden door Texas Instruments voor projectoren en bioscopen, heeft in sneltempo de 3D-printmarkt veroverd wegens één groot voordeel: snelheid. Of je nu één ring maakt of vijftig tegelijkertijd, de printtijd blijft exact dezelfde.
Hoe werkt DLP?
Net als bij SLA hangt het bouwplatform ondersteboven in een bak met vloeibare hars, waarvan de bodem doorzichtig is. Onder die bak staat een UV-projector. Het hart hiervan is een DMD-chip (Digital Micromirror Device) met miljoenen piepkleine kantelbare spiegeltjes.
Bij het maken van een nieuwe laag projecteert de printer een zwart-wit beeld van die doorsnede op de onderkant van de harsbak. De witte pixels zijn de spiegeltjes die het UV-licht in de hars reflecteren, zwarte pixels buigen het licht af. Zo hardt de hars enkel uit op de juiste plaatsen – en dat gebeurt bliksemsnel, in enkele seconden. Daarna gaat het platform omhoog, loopt er nieuwe hars onder en herbegint alles voor de volgende laag.
Laser versus Projector: Wie wint de snelheidsrace?
Het grootste verschil tussen SLA en DLP wordt duidelijk bij een vol printbed. Stel: je moet een blad vol tekst overschrijven. SLA doet dat als een rustige schrijver, letter voor letter. Hoe meer je print, hoe langer het duurt. DLP daarentegen is als een kopieerapparaat: gooi het blad erop en je hebt in een keer een kopie – maakt niet uit of het er eentje is of duizend woorden.
Bij SLA werkt de laser elke vorm afzonderlijk af, terwijl bij DLP alles in één keer belicht wordt. DLP is daardoor dé keuze voor productie van kleine, precieze stukken, bijvoorbeeld in tandtechniek of juwelen.
Pixels en Voxels: Over de resolutie
Omdat DLP werkt met een digitaal scherm of chip, is het beeld opgebouwd uit pixels. In 3D praten we dan over 'voxels' (volume-pixels). Hierdoor kunnen DLP-prints een beetje hoekig zijn, net zoals een foto met te lage resolutie: schuine randjes lijken soms getrapt.
Vroeger was dat een nadeel tegenover de vloeiende vormen van een SLA-laser. Maar moderne DLP-printers werken met 'anti-aliasing': de pixels aan de rand van het model worden deels aangeschakeld, zodat de overgang vloeiender oogt. Daardoor zie je met het blote oog haast geen verschil meer tussen een dure DLP en een SLA print.
Levensduur en onderhoud
Let op de lichtbron! De goedkopere 'MSLA' (Masked SLA) printers gebruiken een LCD-scherm als masker, en dat slijt snel door de UV-straling: na een paar honderd tot duizend uren ben je aan een nieuw toe. Professionele DLP-projectoren met een DMD-chip gaan vlot tienduizenden uren mee zonder kwaliteitsverlies. Ideaal dus voor industrieel gebruik.
Wanneer kies je voor DLP?
DLP is kampioen seriewerk van kleine stukken. Dus, wil je als juwelier elke dag 50 identieke ringen gieten, of als tandtechnieker tientallen aligners per nacht printen, dan is DLP steeds sneller dan SLA. Wil je echter grotere en unieke stukken, heeft SLA meestal nog een voordeel – want grote scherpte op grote oppervlakken projecteren is technisch moeilijker én aanzienlijk duurder dan een laser aan te sturen.